Skip to main content

Veel gestelde vragen toepassing

Algemeen
Eigenschappen
Toepassing
Versus warmtepomp
Oostende
Warmtelevering
Opvolging
Eigenaarschap
Toekomst
Appartementsgebouwen
Aansluiten

Een warmtenet wordt alleen aangelegd in zones waar voldoende bebouwingsdichtheid aanwezig is met een stabiele warmteafname.

Zo’n gebied wordt ook aangeduid in het warmtezoneringsplan van de stad, zodat duidelijk is dat een warmtenet daar de juiste keuze is.

Daarnaast moeten er geschikte warmtebronnen beschikbaar zijn die het net duurzaam kunnen voeden. Ook de technische en juridische ruimte moet aanwezig zijn om het tracé van de leidingen en de aansluitingen correct en veilig te realiseren.

Het project gaat pas door wanneer het economisch rendabel is en wanneer alle vergunningen en VREG-vereisten volledig zijn vervuld. Tot slot moeten de betrokken gebouwen technisch geschikt zijn of op een haalbare manier aansluitbaar zijn op het warmtenet.

Of een warmtenet geschikt is voor een bepaald gebouw hangt vooral af van de warmtevraag en van de afstand tot de hoofdleiding van het warmtenet. Hoe hoger de warmtevraag en hoe korter de afstand tot de hoofdleiding, hoe beter het gebouw geschikt is voor het warmtenet. Ook individuele woningen kunnen worden aangesloten op een warmtenet.

Er komt een warmtestation met warmtemeter (eventueel naast de bestaande Cv-installatie) in de techniekruimte van het gebouw. Zo’n gemiddeld warmtestation is ca. 2m x 2m x 1m groot. Bij een appartementsgebouw wordt ook een warmtestation in de gemeenschappelijke techniekruimte geplaatst en komt er per appartement een individueel warmtestation bij. Een individueel warmtestation is ca. 0,6m x 0.6m x 0.3m. (vergelijkbaar met een kleine gaswandketel). Soms zijn kleine aanpassingen aan radiatoren of leidingen nodig. Als gas volledig verdwijnt, wordt de bestaande Cv-installatie verwijderd.

De aanleg duurt doorgaans twee maanden in de straat en vervolgens twee tot drie weken in het gebouw.

Meer weten over het Warmtenet?